• Start
  • Nieuws
  • Lezers die alleen maar gelachen hebben? Sadisten zijn dat!

Lezers die alleen maar gelachen hebben? Sadisten zijn dat!

Als sluitstuk van de Facebookcampagne die wij voor auteur Steven de Jong uitvoerden, had ik een interview met hem. Lees je mee?

 

Door: Hanneke Tinor-Centi van HT-C Communicatie en Marketing’

De heroïsche strijd van één man tegen de wereld, luidt de ondertitel van zijn roman Bezorgde burgers. De overeenkomsten tussen Steven de Jong en hoofdpersoon Samuel Brammer berusten volgens de schrijver “op louter toeval”. Maar de wijze waarop hij de tragische en onaangepaste ‘held’ verdedigt doet toch wat anders vermoeden. Een gesprek over het schrijverschap en vileine uitsluitingsmechanismen.

“Was het maar oorlog, dan had ik recht op verzet”, roept Samuel het op een gegeven moment uit. Hij is dan al helemaal vastgelopen in de maatschappij waar anderen zich, zo lijkt het voor hem, als een vis in het water voelen. Hijzelf spartelt op het droge, driehonderd pagina’s lang. Een inktzwart tafereel, maar ook hilarisch. Ik ben altijd nieuwsgierig naar de mens achter de schrijver, zeker van dit boek. Een roman die mij geïntrigeerd heeft. Ik wil Steven de Jong (1981) dus graag wat beter leren kennen.

Je werkt bij NRC en daarnaast heb je nog tal van activiteiten. Hoe combineer je dat met schrijven?

Steven vertelt mij: “Als ik eenmaal in de schrijfmodus zit, kap ik alle andere activiteiten af. Behalve mijn werk voor NRC natuurlijk, dat gaat voor alles. Wel heb ik één van de vijf dagen ingeleverd om in 2016 mijn roman af te ronden. Die vrije maandag gebruik ik nu weer voor een volgend boek en wat freelanceklussen.”

En al die andere activiteiten waar je toch ook tijd en aandacht aan besteedt? Hoe pas je dat in? Steven: “Er zijn mensen, ik zal ze niet bij naam noemen, die besteden wel een uur per dag aan boodschappen doen en koken. En als ze eten, zijn ze alleen bezig met eten. Anderhalf uur verloren tijd, en dat per dag! Dat is 547,5 uur per jaar. Bijna 23 schrijfdagen die je kunt verliezen aan zoiets primitiefs als foerageren. En dan heb ik het nog niet eens over de vaat en de troep die het bereiden van een maaltijd in huis geeft, wat je allemaal weer in vuilniszakken naar de container moet zeulen. Daarom is een magnetronmaaltijd ook geen optie als je tijd wil winnen voor het schrijven. Beter om met je laptop de deur uit te gaan.”

Je eet dus vaak buiten de deur? Steven: “Ja. Mijn favoriete schrijfplek is het Chinees-Indische restaurant Golden Pauw aan de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. Een oase van stilte in een veel te drukke stad. Iedereen haalt daar af of bestelt online, terwijl het binnen een prachtig restaurant is met kleurrijke vissen die in aquariums plichtmatig hun rondjes, of rechthoekjes, zwemmen. Zo’n restaurant heb ik dan helemaal voor mij alleen en ik word er door niets afgeleid, behalve het gekibbel tussen bezorgers en management. Maar dat is juist amusant, ik heb wel een paar prikkels nodig tijdens het schrijven.”

“Hippe, populaire zaken mijd ik als de pest. Klap je daar je laptop open, dan kijkt het personeel je weg. Daar ga je enkel heen om mensen te observeren voor je verhaal. Argentijnse restaurants in het centrum zijn helemaal no-go. Die zijn bedoeld om toeristen het geld uit de zak te kloppen in ruil voor slechte service en slecht eten. Grill- en steakhouse El Torada spant de kroon, daar plegen ze een misdaad tegen de mensheid. Alle inspanningen van de VVV in Amsterdam worden daar teniet gedaan. Ook pizzeria’s zijn goede schrijfplekken. Maar ook daar geldt: het mag er niet gezellig druk zijn. Er is een uitzondering. Pizzeria Steakhouse Amsterdam in de Damstraat, excuus voor de niet zo inspirerende naam, maar zo heet het daar nou eenmaal. Het is er altijd verschrikkelijk druk, maar als vaste klant heb ik een stilzwijgende afspraak kunnen maken. Zodra ik binnenloop, knikt de ober en mag ik de trap op naar boven, naar een lege ontbijtzaal van een smoezelig hotel. Die pizzeria en die chinees had ik eigenlijk moeten noemen in mijn dankwoord. Ik heb er vele pagina’s geschreven. Gelukkig kan ik ze hier alsnog noemen.”

Haha, je lijkt eigenlijk toch wel een beetje op Samuel Brammer, je hoofdpersoon in ‘Bezorgde burgers’, als ik je zo lekker kritisch hoor vertellen.

Steven: “Welnee, elke gelijkenis berust op louter toeval. Ik dwaalde misschien een beetje af, maar wat ik bedoel: als je echt een manuscript wil afronden, er helemaal voor wilt gaan, dan moet je er in gedachten altijd mee bezig zijn. Niet op je werk, maar in je vrije tijd. Het begrip ‘vrije tijd’ heet dan voortaan schrijftijd. Een dag niet geleefd is een dag lekker geschreven. Toen mijn roman nog niet in de schappen lag, voelde ik me schuldig als ik een dag niet geschreven had. Daar werd ik chagrijnig van. Maar de beloning is groot als je na een dag of avond schrijven twee of drie pagina’s terugleest waarover je tevreden bent. Pagina’s die filmisch aan je voorbijtrekken. Dat geeft een euforisch gevoel. Simpelweg omdat je dan alles gegeven hebt. En dan komt de angst, het besef dat anderen het ook zullen lezen. Neemt die angst de overhand, dan ga je schrappen wat niet geschreven mag worden. Maar de ervaring leert dat lezers juist de ongemakkelijke passages waarderen. In de fictie kun je veel maken. In interviews minder, daarom rond ik het antwoord op deze vraag voor nu even af. Ik begreep dat mijn roman niet alleen mensen aan het lachen heeft gemaakt, maar ook aan het huilen. Ik ga niet over de gevoelens die het boek oproept, maar misschien heb ik toch meer moeite met lezers die alleen maar gelachen hebben. Sadisten zijn dat! Al dat leedvermaak om Samuel. De enkeling die het huilend weglegde, kan ik enkel kwalijk nemen dat de grappen niet begrepen zijn. Nou ja, die humor was ook wel functioneel. Humor heb je nodig om tegen beter weten in toch door te blijven leven.”

Ben je al bezig met een nieuw boek en zo ja, kun je daar al iets over vertellen?

Steven: “Voorlopig moet ik eerst weer wat geld verdienen. De afgelopen jaren heb ik niet zo goed op mijn financiën gelet. Als je geen huishouden voert omdat het schrijven alle aandacht vergt, ben je aangewezen op de horeca. Lever je ook nog eens een dag loondienst in, dan kost dat per jaar echt duizenden en duizenden euro’s. Wil je failliet? Ga dan een roman schrijven! Sinds het verschijnen van mijn debuut ben ik daarom de schade wat aan het inhalen. Op mijn vrije maandag doe ik marketing-interviews met toezichthouders en handhavers in opdracht van een detacheringsbureau. Ik zet ze in het zonnetje, licht hun kennis en expertise uit, en door mijn artikel, verspreid via LinkedIn, worden ze dan weer ingehuurd bij overheden. Het lijkt saai, maar als je je erin verdiept, kan het razend spannend worden. Ik vroeg laatst een toezichthouder of hij weleens om de tuin geleid wordt op een boerderij. En dan krijg je verhalen over schuurtjes waar illegale dingen gebeuren, en waar die boer dan omstandig de toezichthouder van weg probeert te houden. Hoe heeft zo’n toezichthouder dat door, op wat voor gedrag let hij? Dat is voor mij interessanter dan een uitleg van een nieuwe milieuwet. Ook voor dat soort klussen heb ik een gouden regel: zou ik het zelf lezen of herken ik het meteen als marketing? Is het dat laatste, dan is het niet goed.”

“Verder heb ik deze zomer mijn mini-appartement op AirBnB gezet. Dat leidt weliswaar tot nog meer toeristen, een nog onleefbaarder stad, maar daar staat wel wat tegenover: ik ben dan namelijk elders. Nouja, de eerste keer was ik zo druk met de gasten — huis opknappen, nieuw beddengoed, koelkast vullen, ze van Schiphol halen met een kartonnen naambordje, het OV uitleggen — dat ik pas dacht aan mijn eigen slaapplek toen ik de gasten had achtergelaten in mijn huis. Ik kon toen niet meer bij vrienden terecht en moest noodgedwongen in een hostel slapen op een zaal met acht stapelbedden. Dat was even afzien, maar leverde wel weer nieuw schrijfmateriaal op. En een goede recensie op AirBnB vind ik misschien wel leuker dan een goede recensie van mijn boek. In die recensies kom ik overigens niet over als een Samuel hoor!”

Oja? Vertel, wat is Samuel dan volgens jou voor iemand?

“Samuel stuurt met zijn gedrag aan op een geïsoleerd bestaan, hij is de ultieme misfit. Ik heb zijn verhaal door de brievenbus gedaan van de Amsterdamse wethouder Sociale Zaken, Arjan Vliegenthart, en vroeg hem hoe hij Samuel zou re-integreren. In zijn toespraak op de boekpresentatie zei hij: “Mensen als hij nemen de dienstbaarheid die een overheid eigen moet zijn niet meer waar. Ik merk dat zij ons veel meer zien als een apparaat, als een machine waarin de menselijkheid langzaam verdampt.” Daar is Samuel nog niet mee geholpen, maar het is een goed signaal. Om in beleidstermen te spreken: er zwerft veel sociaal kapitaal op straat. Vreemde vogels die je niet in een kooitje, of op kantoor, krijgt, maar die wel op een andere manier iets kunnen bijdragen. Dat vraagt om inventiviteit van organisaties. We zijn het als maatschappij verplicht om het beste uit iedereen te halen, maar de nadruk ligt op het persen van iedereen in een keurslijf. Bij sommigen knelt dat zo dat ze geen zuurstof meer krijgen en dood- en doodongelukkig worden.”

Helder! Maar nu even terug naar mijn eerdere vraag: komt er nog een tweede roman?

“Veel lezers vragen of er een vervolg komt op Bezorgde burgers. Technisch gezien zit dat er zeker in. Maar dan moet het wel een op zichzelf staand verhaal worden. Liever benader ik het thematisch. Bezorgde burgers gaat over een man die zich zo irriteert aan het systeem dat hij zich nog liever de afgrond instort. Over een man die zoekt naar authenticiteit in een samenleving waarin niemand echt zichzelf mag zijn. Dat wordt hem sociaal fataal. Toch onderneemt hij ook verwoede pogingen zichzelf op te richten, zich de mores eigen te maken van de mensen die hem zo tegenwerken. Ergens slaagt hij daar wel in, maar het voelt nooit natuurlijk, en daarom vindt hij in de goot misschien wel meer geluk dan hij in de burgermaatschappij ooit zal kunnen vinden. Bezorgde burgers is zo bezien heel tragisch. Een man die het leven niet naar zijn hand kan zetten, voor wie geluk geen keuze is. Voor mijn volgende boek doe ik research naar life coaches. Vroeger noemde je dat goeroes. Deze week ben ik opnieuw begonnen in het zelfhulpboek Miracle Morning van Hal Elrods. Ik heb zijn methode ook toegepast: zes uur op, mediteren, sporten, goed ontbijten, positieve gedachtes opschrijven, koude douche. Het idee van Miracle Morning is dat je jezelf twee uur extra tijd geeft voordat alle andere kantoormensen opstaan. Twee uur helemaal voor jezelf. Het schijnt dat veel van de meest succesvollen dat ook doen, onder wie Barack Obama. Hij wilde als president ’s ochtends zo weinig mogelijk keuzes maken. Denk aan het uitzoeken van kleren of kiezen van ontbijt. Dat moet een ritueel zijn, een vaststaand, gedachteloos iets. Als president ben je immers ook mens: moet je ’s ochtends al keuzes maken, dan gaat dat ten koste van de breincapaciteit die je nodig hebt voor belangrijker keuzes in de loop van de dag. Voor nu zeg ik: mijn nieuwe roman gaat over hoe een mens zichzelf kan oprichten, het leven naar zijn hand kan zetten, kan kiezen voor geluk en succes. Over iemand die het alledaagse bestaan als een topsporter benadert. En wat hij daarvoor inlevert. Verder heb ik nog wel andere ideeën. Een roman over de kolonisatie van Mars. Hoe we daar een wereld kunnen creëren waarin we de fouten op aarde niet meer herhalen. Dan moet je bij de intake voor de raketvlucht gaan discrimineren op karakter om de kans op conflict te minimaliseren. Ik ben bang dat je dan een tamelijk fascistische roman krijgt. Alleen blije hippies mogen dan mee, maar dan is er al snel honger, en daar komt uiteindelijk toch weer oorlog van.”

Hoe kwam je op het idee van 'Bezorgde burgers' en het hoofdpersonage?

Steven: “Dat was geen idee. Er lag geen plan. En de psyche van het hoofdpersonage had ik al helemaal niet uitgedacht. Zoiets vormt zich, moet zich ontwikkelen. Mijn personage is net een mens. Hij maakt dingen mee en wordt daardoor gevormd. Samuel is gevormd door de vele versies aan manuscripten die eraan vooraf gingen. Pas toen ik een sterk karakter had, kon ik er een verhaal omheen schrijven. Maar het karakter bleef leidend. Wat hem overkomt, moet hem overkomen, omdat hij nu eenmaal zo is en niet anders kan.”

Voor veel auteurs is kritiek een heikel punt. Kun jij goed met kritiek omgaan Steven?

“Als columnist voor nrc.nl kreeg ik in de jaren 2010-2013 dag in dag uit, na uren noeste arbeid, ladingen kritiek over me heen. Soms wel 200 reacties op de krantensite zelf. Dus nog los van de tweets. Heb ik toch een snaar geraakt, dacht ik dan. Maar het deed me natuurlijk wel wat. Ik las alle reacties, maar reageerde zelden. Met de beste bedoelingen liet ik destijds mijn gedachten gaan over maatschappelijke kwesties, probeerde een standpunt in te nemen, discussie te ontlokken, en dan werden lezers zo ontzettend woedend om wat je schrijft. Ik schreef graag tegen de wind in, als gedachte-oefening, maar later begreep ik dat lezers van een columnist verwachten dat hij een ideologisch stokpaardje berijdt: eendimensionaal redeneert, nooit eens de andere kant belicht, want dan ben je inconsistent. Ik kon maandag het ene vinden, en dinsdag het andere, en volledig achter die twee stukjes staan. Ik koos er bewust voor om dat niet samen te voegen, dan krijg je zo’n enerzijds-anderzijds-column. Een vaste schare lezers waardeerde die stijlvorm, anderen zagen het meer als een knuppel in het hoenderhok. Dat was het niet: in die reeks opinies daagde ik telkens mijn eigen gedachtegoed uit, sterker: ik probeerde me in te leven in het gedachtegoed van anderen. Voorlopig ben ik even klaar met participeren in het publieke debat. Maar als opinieredacteur faciliteer ik het graag: daar komt mijn tolerantie voor andermans standpunten, vooral afwijkende, goed van pas.”

“Terug naar je vraag! Die was of ik goed kan omgaan met kritiek. Ik kan nu heel politiek-correct antwoorden dat anderen daarover gaan, vooral degenen die mij bekritiseerd hebben, maar wat ik daarover kan zeggen is dit: bij de eerste recensie klopte mijn hart in mijn keel. Ik was er dus in ieder geval heel bang voor. En bij sommige recensies voel ik een sterke behoefte uit te leggen wat de recensent verkeerd begrepen heeft. Het doet mij bijvoorbeeld pijn als je mijn hoofdpersonage wegzet als psychopaat, hij is het tegenovergestelde van dat. Samuel Brammer kan de wereld niet aan en onderneemt verwoede pogingen om net zo stoïcijns als de anderen door het leven te gaan. Een pose aan te nemen. Hoewel hij ook wel weet dat die anderen daar ook moeite voor moeten doen. Ja, ik kan niet tegen critici die Samuel afrekenen op zijn acties. Juist in deze roman heb ik er alles aangedaan om zijn psyche bloot te leggen. Je mag hem een klootzak vinden, maar als je niet beseft waarom hij een klootzak is geworden, dan ben je zelf een klootzak. Oh, nee, nu vlieg ik uit de bocht. Ik bedoel: als we wat meer naar elkaar omkijken, hoeven de Samuels van deze wereld niet zo te ontsporen, dan sluiten we zulke mensen in en niet uit. Overigens heb ik over de recensies op Hebban, Tzum en andere sites niet te klagen hoor. De meeste recensenten gaven vier van de vijf sterren. En ik beleef veel plezier aan de discussies over het boek op internetforums. Helaas pikt de gevestigde media het nog niet op. Misschien omdat Samuel Brammer als ingezonden brievenschrijver juist die media er nogal van langs geeft.”

Je wist nog niet hoe het verhaal zich zou ontwikkelen. Toch zit er een strakke lijn in. Hoe is die ontstaan?

“Het is een proces van jaren geweest, zeker het denken erover. Dat begon al in 2007. Toen ik van Deventer naar Rotterdam verhuisde, een voor mij volstrekt onbekende stad waar ik niemand kende behalve nieuwe collega’s. Waar ik vrienden voor een nacht maakte in de donkere krochten… Stop! Kijk, het punt is: als ik schrijf, heb ik invloeden vanuit mijn omgeving nodig. Dan zoek je dingen op die oppassende burgers zouden mijden. Maar op een gegeven moment moet je jezelf de vraag stellen: wat doe ik op een doordeweekse nacht in een kroeg waar ik niet hoor? Is dat enkel research of ben ik het leven van mijn hoofdpersoon aan het leiden? Let wel: het georganiseerde bestaan onder tl-buizen is niet minder tragisch dan iets te vaak op kroegentocht gaan. Je moet daar een balans in vinden. Zeker als je je brood moet verdienen onder tl. Maar goed, die spanning is wel een thema in mijn roman. Over-the-top wat betreft hoe ik leef, ik ben veel braver en conformistischer dan Samuel, zeker nu, maar mijn roman is realistisch. Waar ik op de rem trap, laat ik Samuel over het randje gaan. Dat randje waar de meesten verre van blijven, maar in hun hart wel naar hunkeren. Als je mijn roman leest, kijk dan in je hart, en reken Samuel niet af op zijn strapatsen. Hij doet waar jullie allemaal stiekem weleens van dromen als je het gras staat te maaien. Samuel komt in verzet tegen de kantoorpolitiek waar jullie je allemaal aan ergeren, maar uit angst gewoon aan meedoen. Samuel laat zien wat er gebeurt als je de ongeschreven regels aan je laars lapt. Hoe samenscholend, dwingend en intolerant we zijn voor mensen die uit de tredmolen stappen. Hoe subtiel de uitsluitingsmechanismen zijn.”

“In het leger weet je waar je als soldaat aan toe bent, daar laat je het wel uit je hoofd te deserteren. Samuel laat zien wat er gebeurt als je in het dagelijks leven deserteert. Hij breekt de linie, doet een stap naar achter, beziet en becommentarieert alle gebruiken en krijgt dan meteen de deksel op zijn neus. Subtieler dan in het leger, maar ook vileiner. Als schrijver van het gebeuren vel ik daar geen oordeel over. Ik stel enkel vast dat we functioneren bij de gratie van de uitsluitingsmechanismen. Nog even terugkomend op de kritiek: veel lezers hebben moeite sympathie voor Samuel op te brengen. Met dat soort kritiek kan ik niet zoveel. Samuel wil niet vertroeteld worden, hij wil zichzelf zijn, met rust gelaten worden door burgers die over gebaande paden glijden. Deze roman vraagt om empathie van de lezer, om tolerantie voor andersdenkenden en anderslevenden. Het is een nogal omslachtig, maar dringend verzoek om een gevarieerder beloningssysteem. Om een omgeving waarin de Samuels van deze wereld wél tot hun recht komen.”

Ik interview met regelmaat auteurs, maar zelden krijg ik zulke heerlijke, eerlijke en uitgebreide antwoorden als van Steven de Jong. Steven, dank je wel!

‘Bezorgde burgers - de heroïsche strijd van één man tegen de wereld’ kwam in 2017 uit bij Lebowski (https://www.lebowskipublishers.nl/boek/Bezorgde-burgers-T9299.html). De roman is te koop bij je lokale boekwinkel en bij bol.com: https://www.bol.com/nl/p/bezorgde-burgers/9200000072521802/

Afdrukken E-mailadres

HT-C Communicatie en Marketing

Snijdershof 34
1713 WD Obdam
Noord Holland
E-mail: info@ht-c-communicatie.nl    
Mobiel: 06-46590516